Preferentiebeleid

Preferentie betekent letterlijk voorkeur. Verzekeraars kunnen voor een door de arts voorgeschreven niet-gepatenteerd geneesmiddel, dat door verschillende producenten wordt aangeboden, kiezen voor de goedkoopste aanbieder (labelpreferentie). Alleen het preferente middel (het voorkeursgeneesmiddel) komt dan nog voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast kan een zorgverzekeraar de apotheker de keuze laten zelf voor een label te kiezen door een maximale declaratieprijs vast te stellen (prijspreferentie).

Welk medicijn als voorkeursmiddel is aangewezen kan verschillen per zorgverzekeraar. Verzekeraars moeten op hun website inzichtelijk maken van welke producent wordt vergoed.

Een zorgverzekeraar moet minimaal 1 preferent medicijn, per werkzame stof of combinatie van werkzame stoffen, aanwijzen. De sterkte en toedieningsvorm mogen hierbij buiten beschouwing worden gelaten. In de praktijk kan dit betekenen dat een zorgverzekeraar van een bepaald middel alleen de tabletvorm van 0,5 mg van leverancier X vergoedt en dat de vergoeding van andere doseringen en/of toedieningsvormen worden uitgesloten.

Labelpreferentie

Zorgverzekeraars geven producenten van geneesmiddelen de kans om met een lagere prijs voor hun producten te komen. De producent met de laagste prijs voor een product met een bepaalde werkzame stof, zal door de zorgverzekeraar worden gekozen.

Indien een zorgverzekeraar met een producent in zee gaat, betekent dit dat het product van die producent als preferent zal worden aangemerkt en zodoende zal worden vergoed. De geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof die door andere producenten op de markt worden gebracht (de niet-preferente middelen), worden in het geheel niet vergoed door de betreffende verzekeraar, tenzij sprake is van medische noodzaak.

Dit betekent in de praktijk dat bij het voorschrijven van een niet preferent middel de rekening bij de patiënt terecht komt (tenzij de arts dus "medische noodzaak" aangeeft op het recept).

De afspraken tussen zorgverzekeraars en producenten gelden meestal voor een periode van een half jaar tot een jaar. Na deze periode worden nieuwe afspraken gemaakt. In sommige gevallen kan dit betekenen dat een andere producent met de beste aanbieding komt. Voor de consument betekent dit dat hij of zij in de apotheek een ander geneesmiddel met dezelfde werkzame stof mee krijgt. De werking van dit medicijn zal vaak precies hetzelfde zijn. Wel kunnen verschillen optreden in de naam, de verpakking of de kleur van het medicijn.

Kwalitatief goede zorg moet gericht zijn op de specifieke medische behoefte van individuele patiënten. Labelpreferentie maakt dat een (chronische) patiënt bij herhaling van het recept keer op keer een ander merkloos product kan meekrijgen, afhankelijk van de keuze van de zorgverzekeraar. Dit kan leiden tot verwarring bij de patiënt en kan gevolgen hebben voor het succes van de therapie en de therapietrouw.

Prijspreferentie

Zorgverzekeraars geven apothekers de kans om, uitgaande van een vooraf vastgestelde declaratieprijs, zelf in te kopen. Dit wordt ook wel het "pakjesprijsmodel"of ïdea-contract"genoemd.Het inkooprisico ligt dan bij de apotheker. Gebruikelijk is dat prijsafwijkingen van maximaal 5% van de laagst prijs door de zorgverzekeraar worden vergoed.

Het Ideacontract is door Achmea geïntroduceerd als een alternatief voor het preferentiebeleid. De apotheker krijgt een vaste, gemiddelde prijs voor (alle) preferente geneesmiddelen, ongeacht de inkoopsprijs. De apotheker bepaalt zelf welk middel (merk) hij uitgeeft.

Slaagt de apotheker erin om een voorgeschreven geneesmiddel lager dan de overeengekomen declaratieprijs in te kopen, dan mag hij de winst houden. Koopt de apotheker daarentegen een middel duurder in, dan lijdt hij verlies. Dat verlies mag niet worden verhaald op de patiënt.

Door goede afspraken te maken met leveranciers van geneesmiddelen kunnen apothekers patiënten veel beter van dienst zijn door steeds het geneesmiddel van dezelfde producent mee te geven.

De laagste prijsafspraak

Naast het preferentiebeleid zijn er ook zorgverzekeraars die een laagste prijs afspraak in het contract met de apothekers en/of apotheekhoudende huisartsen hebben opgenomen.De afspraak betekent dat voor een bepaald medicijn geen hogere prijs in rekening wordt gebracht dan de laagste prijs in het betreffende geneesmiddelencluster (zelfde stof, sterkte en vorm). De apotheker levert het medicijn dus tegen de beste prijs. Wordt er een duurder label/merk afgeleverd dan komt een prijsverschil voor rekening van de apotheker.

In de praktijk betekent dit dat de keuzevrijheid blijft liggen bij de behandelaar/apotheker en dat de verzekeraar een prijsvoordeel heeft. Ook voor de consument betekent dit een vrije keuze, waardoor minder gauw moet worden overgestapt op een ander middel (label of merk).

Waarom is er preferentiebeleid?

Vroeger behaalden apothekers inkoopvoordelen op geneesmiddelen. Het overheidsbeleid was daar ook op gericht, aangezien het bedrag dat apothekers vergoed kregen door zorgverzekeraars niet dekkend was voor de praktijkvoering. Het gevolg was echter dat inkoopvoordelen onvoldoende werden doorgegeven aan de patiënt.

Sinds de komst van het nieuwe zorgstelsel concurreren zorgverzekeraars met elkaar om de gunst van de patiënt en is het preferentiebeleid voor zorgverzekeraars een methode om inkoopvoordelen door te geven aan de patiënt.