Het laatste nieuws

Huisartsen schrijven vaker sterke pijnstillers voor

Huisartsen schreven in 2015 zes keer meer sterke pijnstillers (opioïden) voor dan 10 jaar geleden. Dit is een stijging van 4 naar 24 per 1.000 patiënt…

lees verder

Geen resten medicijnen door de gootsteen!

Ongebruikte vloeibare geneesmiddelen, zoals lidocaïne, worden door de gootsteen gespoeld en komen terecht in het oppervlaktewater. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM. Om de gevolgen voor milieu beperkt te houden, wordt apothekers gevraagd om zorgprofessionals en patiënten een waarschuwing te geven bij de uitgifte van deze risicogeneesmiddelen, om restanten niet door te spoelen.

Lidocaïne is een van de geneesmiddelen die in oppervlaktewater zijn aangetroffen. Het advies aan de patiënt luidt om bij gebruik van de lidocaïnecrème de restanten niet door de gootsteen te spoelen. Wanneer de resten op de handen zitten, luidt het advies om de huid met tissues schoon te maken. Voor lidocaïne injectievloeistof geldt dat restanten in een afvalpotje moeten dat bij het geneesmiddel- of restafval gaat.

Ook bij andere middelen die op de huid worden gesmeerd, waaronder diclofenacgel, luidt het advies aan de patiënt om de overtollige gel met een tissue af te nemen en niet weg te spoelen onder de douche.

140 ton geneesmiddelen(resten)
Naar schatting wordt in Nederland 140 ton geneesmiddelen(resten) via rioolwaterzuivering in het oppervlaktewater geloosd. Diverse partijen, waaronder het RIVM, de KNMP, het NHG en de ministeries van IenM en VWS werken daarom momenteel aan een ‘ketenaanpak geneesmiddelen uit water’.

Bron KNMP

Vergoeding speciaal voor u gemaakte medicijnen 2017 bekend

De zorgverzekeraars hebben bekend gemaakt welke apotheekbereidingen zij vanaf 1 januari 2017 vergoeden en welke niet. Ten opzichte van 2016 is de vergoeding van 80 bereidingen veranderd.

Apotheekbereidingen zijn medicijnen die de apotheek speciaal voor een patiënt maakt of laat maken en die soms nodig zijn wanneer een standaardmedicijn niet voldoet. Voor bereidingen gelden aparte regels voor vergoeding door de zorgverzekering, bijvoorbeeld dat deze bewezen werkzaam en effectief zijn. Sinds 2016 besluiten alle zorgverzekeraars gezamenlijk welke bereidingen zij vergoeden. Vóór 2016 kon de vergoeding per zorgverzekeraar verschillen. Om tot hun beslissing te komen, krijgen de verzekeraars informatie van apothekers, artsen en patiëntenorganisaties. Uiteindelijk is het echter aan de zorgverzekeraars om te besluiten of zij een bereiding vergoeden of niet.

Voor de vergoeding van bereidingen zijn er verschillende opties:

   - zorgverzekeraars vergoeden de bereiding;
   - zorgverzekeraars vergoeden de bereiding alleen onder bepaalde aanvullende voorwaarden;
   - zorgverzekeraars vergoeden de bereiding niet.

In dit laatste geval kan de arts eventueel nog een speciaal machtigingsformulier invullen. Op dit formulier geeft hij aan waarom u juist dit medicijn moet gebruiken. De zorgverzekeraar beoordeelt deze informatie en kan in uitzonderingsgevallen besluiten dat u de bereiding toch vergoed krijgt.

Wilt u weten of de vergoeding van uw bereiding volgend jaar verandert? Kijk dan in onderstaand overzicht. Hierin is te vinden van welke bereidingen de vergoeding per 1 januari 2017 zal wijzigen ten opzichte van 2016.

Overzicht wijzigingen vergoeding bereidingen 2017

Lees meer over de vergoeding van speciaal voor u gemaakte medicijnen

Bron Apotheek.nl

 

Melden van bijwerkingen van medicijnen: Bijwerkingenweek

Het melden van mogelijke bijwerkingen van medicijnen moet beter. Daarom doen het Bijwerkingencentrum Lareb en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) mee aan de Europese bijwerkingenweek. Deze start vandaag in 22 Europese landen en duurt tot en met 11 november 2016. De campagne bestaat uit animatiefilmpjes en korte infographics. Verspreiding gebeurt met #mijnbijwerking via Facebook en Twitter. Doel is dat medicijngebruikers mogelijke bijwerkingen vaker melden.

Voordat een medicijn wordt toegelaten beoordeelt het CBG of het werkt en veilig is. Als het medicijn eenmaal op de markt is dan blijven het CBG en Bijwerkingencentrum Lareb het medicijn samen goed in de gaten houden. Dit gebeurt door bijwerkingen steeds af te wegen tegen de bedoelde effecten. In Nederland kunt u bijwerkingen melden bij Bijwerkingencentrum Lareb. Die analyseert ze en stuurt de resultaten door naar het CBG.  Door uw melding komen we steeds meer te weten over medicijnen en helpt u ook andere mensen.

Bert Leufkens, voorzitter CBG: “Veel van de bijwerkingen zijn bekend, maar soms komen ook nieuwe bijwerkingen aan het licht. Of bijwerkingen komen vaker voor dan we eerst dachten. Melden zorgt voor meer kennis over bijwerkingen. Die kennis delen we met bijvoorbeeld artsen. Nieuwe bijwerkingen komen in de bijsluiter.”     

Agnes Kant, directeur Bijwerkingencentrum Lareb: “In elk ziekenhuis is er gemiddeld één opname per dag door bijwerkingen na medicijngebruik. Het is belangrijk dat we zo veel mogelijk weten over welke bijwerkingen een medicijn kan veroorzaken. En dat we uitzoeken waardoor die bijwerkingen ontstaan.”

Deze campagne is onderdeel van het Europese SCOPE project en heeft als doel patiënten en zorgverleners bewust te maken van het belang van melden van bijwerkingen. Er wordt ook een radiospot ingezet.

De link naar het youtube filmpje

Bron Lareb

Door onafhankelijk artsenbezoek beter en goedkoper voorschrijven geneesmiddelen

Huisartsen schrijven beter voor na een gesprek met een onafhankelijk artsenbezoeker. De gesprekken kunnen op de waardering van de huisartsen rekenen en leveren ook geld op. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis gaat het onafhankelijk artsenbezoek aan meer huisartsen aanbieden.

Dat artsenbezoekers vanuit de farmaceutische industrie huisartsen aanzetten tot het voorschrijven van nieuwe geneesmiddelen, is algemeen bekend. Om te onderzoeken of deze strategie ook werkt om de zorg doelmatiger te maken stuurde het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) in 2014 een team van eigen artsenbezoekers op pad. Deze apothekers en artsen met kennis van doelmatig voorschrijven koppelden spiegelinformatie over voorschrijfgedrag terug aan de huisarts. Samen met de huisarts stelde de artsenbezoeker een verbeterplan op. Zij bezochten in het werkgebied van Zilveren Kruis  huisartsen uit de groep van de 25 procent laagst scorende huisartsen op de indicatoren uit de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen (MVH). De indicatoren vormen een betrouwbare graadmeter voor goed en doelmatig voorschrijven. Na drie maanden en vervolgens nogmaals  één jaar na het bezoek werden de 37 huisartspraktijken telefonisch benaderd om het bespreken van de resultaten van het bezoek en voor de evaluatie van de interventie.

De scores van de aan de pilot deelnemende artsen zijn een jaar na het bezoek vergeleken met een controlegroep: artsen die ook tot de groep van de 25 procent laagst scorende huisartsen behoorden, maar niet werden bezocht. De indicatorscores bij de bezochte huisartsen stegen meer dan de scores bij de controlegroep. Bezochte huisartsen schreven na het bezoek vaker meer doelmatige geneesmiddelen voor dan daarvoor. Zo kozen de bezochte huisartsen bij antidepressiva 19 procent vaker voor een doelmatig voorkeursmiddel. Bij de bloeddrukverlagende RAS-remmers kozen de bezochte huisartsen 14 procent vaker voor in de NHG-Standaarden aanbevolen middelen. Het tegengaan van resistentieontwikkeling bij antibiotica is een belangrijk thema. Het onafhankelijk artsenbezoek bracht het aandeel reserve-antibiotica terug van 18 naar 15 procent.

Het onderzoek laat zien dat het inzetten van onafhankelijke artsenbezoekers kosteneffectief is. Door het kiezen voor het meest doelmatige geneesmiddel dalen de geneesmiddeluitgaven bij gelijkblijvende of zelfs hogere kwaliteit. Onafhankelijk artsenbezoek kan afhankelijk van het inkoopmodel voor geneesmiddelen van de desbetreffende zorgverzekeraar, een besparing realiseren tot 3.000 euro per huisartspraktijk na aftrek van de kosten van het bezoek en correctie voor de controlegroep. Dit bedrag kan nog worden vergroot als per huisarts de nadruk wordt gelegd op die indicatoren waarop bij die huisarts nog veel verbetering mogelijk is.

Alle deelnemende huisartsen waren zonder uitzondering enthousiast en gemotiveerd om aan het onderzoek  mee te doen. Zij gingen graag in gesprek om hun (lage) scores beter te begrijpen. Door het zien van hun scores en de toelichting hierop lukte het hen ook beter hun voorschrijfgedrag aan te passen.

Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door het innovatiefonds van Zilveren Kruis. De zorgverzekeraar is  van plan het onafhankelijk artsenbezoek in 2017 aan meer huisartsen aan te bieden.
Bronnen: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM)

Bron ZN

Prijsonderhandelingen dure medicijnen veelbelovend

Waardevolle innovatieve geneesmiddelen tegen aanvaardbare kosten toegankelijk maken en houden voor de patiënt. Met dat doel onderhandelt minister Edith Schippers (VWS) sinds enkele jaren met fabrikanten van zeer dure nieuwe geneesmiddelen over de prijs. Door deze onderhandelingen kunnen de uitgaven aan deze medicijnen in 2018 tot 203 miljoen lager uitvallen dan wanneer niet zou zijn onderhandeld door VWS. Hierdoor kunnen deze dure middelen tegen aanvaardbare kosten aan de patiënt beschikbaar worden gesteld. Dat schrijft Schippers vandaag aan de Tweede Kamer. De komende tijd zullen meer onderhandelingen volgen.

Het is voor het eerst dat bekend wordt gemaakt hoeveel deze onderhandelingen potentieel opleveren. Fabrikanten eisen geheimhouding in ruil voor de korting die zij geven. Hierdoor is het niet mogelijk om per middel de onderhandelingsresultaten openbaar te maken. Nu er meerdere onderhandelingen zijn afgerond kan wel inzicht gegeven worden in de (potentiële) resultaten hiervan. Het niet transparant zijn van de onderhandelingsopbrengst is erg onbevredigend. Het vergroten van de transparantie over geneesmiddelenprijzen is dan ook als speerpunt in het Europees voorzitterschap benoemd.

Voor veel nieuwe geneesmiddelen maakt het Zorginstituut Nederland een kostenprognose voordat deze in het basispakket worden opgenomen. Het gaat om inschattingen van de minimale en maximale uitgaven van een geneesmiddel gedurende de eerste jaren na markttoelating. Als de kosten per behandeling of de mogelijke totale uitgaven aan een geneesmiddel heel hoog zijn, en een middel is wel effectief, dan kan de minister besluiten om te gaan onderhandelen over de prijs.

Met een arrangement wordt de prijs verlaagd of wordt voorkomen dat de totale kosten van het geneesmiddel te hoog oplopen. Het sluiten van een arrangement gebeurt over het algemeen voordat het middel in het pakket zit en dus ook voordat het gebruikt wordt. De uiteindelijke uitgavenverlaging hangt bij de meeste arrangementen dan ook sterk af van hoe vaak het middel wordt voorgeschreven: hoe vaker, hoe hoger de korting. Zo wordt het financiële risico op voorhand beperkt, ook als aanvankelijk nog niet zeker is hoe veel patiënten in aanmerking komen voor een behandeling. De daadwerkelijk gerealiseerde uitgavenbesparing in het aanloopjaar 2014 komt uit op 13,9 miljoen euro op een totale uitgave van 95,9 miljoen. Dat jaar liepen er afspraken over de eerste 8 medicijnen. De gerealiseerde uitgavenverlaging over 2015, waarin 16 arrangementen lopen, wordt komend jaar bekend. De effecten van recent gesloten arrangementen zoals nivolumab en verschillende Hepatitis-C middelen zullen de komende jaren pas zichtbaar zijn.

Bron Rijksoverheid