Huisartsen schrijven vaker sterke pijnstillers voor

Huisartsen schreven in 2015 zes keer meer sterke pijnstillers (opioïden) voor dan 10 jaar geleden. Dit is een stijging van 4 naar 24 per 1.000 patiënten ingeschreven in een huisartsenpraktijk. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) door het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) is uitgevoerd. Huisartsen schrijven sterke pijnstillers vooral meer voor bij rug-, nek-, en schouderpijn. De sterkste toename geldt voor het middel oxycodon. Daarnaast is vooral een toename te zien bij patiënten van 75 jaar en ouder.

CBG waarschuwt voor risico’s gebruik sterke pijnstillers
Het CBG heeft begrip om bij hevige pijnklachten sterkwerkende middelen als fentanyl, morfine en oxycodon voor te schrijven maar waarschuwt artsen en patiënten ook voor de keerzijde. Ouderen hebben bijvoorbeeld door de bijwerking sufheid een grotere kans om te vallen. Ook bestaat er bij verkeerd gebruik het risico van gewenning en afhankelijkheid.

Signalen aanleiding voor onderzoek
Het CBG heeft het NIVEL gevraagd om het gebruik van opioïden te onderzoeken vanwege signalen in binnen- en buitenland dat er een toename zou zijn in het voorschrijven van sterke pijnstillers. De cijfers in Nederland blijken vergelijkbaar te zijn met de trend in andere landen. Het CBG blijft het gebruik van deze middelen kritisch volgen en neemt zo nodig maatregelen.

Bron College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

CBG bezorgd om toenemend gebruik methylfenidaat door volwassenen

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft met zorg kennis genomen van de meest recente cijfers over bijwerkingen van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD. Methylfenidaat is de werkzame stof in onder meer Ritalin en Concerta. Gebruik door volwassenen is niet goedgekeurd door CBG vanwege onder meer een verhoogd risico op cardiovasculaire (hart- en vaatziekten) en psychische bijwerkingen.

Bijwerkingencentrum Lareb deelde de laatste cijfers recent met het CBG en daaruit blijkt onder meer dat in 2015 meer dan 57.000 mensen van 25 jaar en ouder dit geneesmiddel gebruiken. Dit is één derde van het totale gebruik van methylfenidaat in Nederland.

Hoewel het gebruik van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD in lijn is met de richtlijn van de beroepsgroep van psychiaters, wijst het College er nogmaals op dat de beperkte werkzaamheid niet opweegt tegen de bijwerkingen. Wel heeft het CBG besloten dat bij jongeren na hun 18e levensjaar de arts kan bepalen of het gebruik kan worden voortgezet als in individuele gevallen de voordelen van het gebruik duidelijk opwegen tegen de nadelen.

De zorgen die het CBG heeft, worden door de bevindingen van Lareb bevestigd. Anderzijds is het College zich er van bewust dat in bepaalde behandelingen van volwassenen met ADHD er weinig alternatieve geneesmiddelen voorhanden zijn.  Het  CBG is hierover inmiddels met behandelaars en patiëntenvertegenwoordigers in gesprek. Het CBG zet in deze gesprekken met name in op de bewustwording van de risico’s bij zowel patiënten als behandelaars.

Methylfenidaat is een middel dat wordt gebruikt bij aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, ook wel bekend als ADHD ('Attention Deficit Hyperactivity Disorder'). Dit is een aandoening die vooral bij kinderen voorkomt. Kinderen met ADHD zijn vaak heel beweeglijk, snel afgeleid en impulsief.

Voor een patiënt met ADHD kan het belangrijk zijn om de aandoening te behandelen. Daarvoor bestaan verschillende (gedrags)therapieën en hulpmiddelen. ADHD wordt dus niet alleen met medicijnen behandeld.

ADHD gaat niet bij iedereen over: soms blijven de klachten ook op volwassen leeftijd bestaan. Als een patiënt veel baat heeft bij behandeling met medicijnen, kan het gebruik ook na de 18e verjaardag  worden voortgezet. Het CBG raadt patiënten, die nooit eerder methylfenidaat hebben gehad, af om op volwassen leeftijd te beginnen met methylfenidaat.

Bron College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Uitkomst onderzoek Thyrax Duotab

Op 20 april 2017 zijn de uitkomsten gepubliceerd van het onderzoek naar de gevolgen van het overstappen van het medicijn Thyrax Duotab op andere schildkliermedicatie. De belangrijkste conclusie is dat met name patiënten met een dosering Thyrax van meer dan 100 microgram (0,100 mg) per dag vaker een dosisaanpassing nodig hebben dan patiënten met een lagere dosering Thyrax. Op basis hiervan kunnen patiënt en arts in samenspraak bij de overstap ook kiezen voor een lagere dosering van het alternatieve preparaat.

Het advies uit het rapport is grotendeels in lijn met het advies dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) gaf aan patiënten na de leveringsproblemen van Thyrax begin 2016. Zo blijft het advies hetzelfde om 6 weken na de overstap de schildklierfunctie te laten controleren.

Internist-endocrinoloog Anton Franken, collegelid van het CBG en de klankbordgroep: “Dit onderzoek is een goede aanvulling op de kennis over ervaringen met levothyroxine in de praktijk. De resultaten bedrukken ook het belang dat artsen per patiënt maatwerk moeten leveren als het gaat om de juiste dosering.”
Klankbordgroep

Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksinstituut NIVEL en het PHARMO instituut, is een initiatief van Patiënten en Schildklier Organisatie Nederland (SON) en de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie (NVE). Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) via ZonMw.

Het CBG zat in de klankbordgroep van de Thyrax-onderzoeken, samen met vertegenwoordigers van het NIVEL en het PHARMO instituut, SON en de Nederlandse Hypofyse Stichting, het Bijwerkingencentrum Lareb, apothekersorganisatie KNMP en de NVE.

Bron College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Vanaf 1 april nieuwe behandeling tegen Hepatitis C in het basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Epclusa (sofosbuvir en velpatasvir) wordt vanaf 1 april 2017 vergoed vanuit het basispakket. Dat heeft minister Edith Schippers van Volksgezondheid besloten nadat ze met de fabrikant onderhandeld heeft over de prijs van het nieuwe middel. Het middel kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie.

Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose en bij een klein percentage ook tot leverkanker. Door de komst van nieuwe medicijnen is de behandeling effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn overbodig geworden en er kunnen meer patiënten geholpen worden.

Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen adviseerde het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers om ook voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Het positieve onderhandelingsresultaat zorgt ervoor dat de extra uitgaven aan dit geneesmiddel wederom lager uitvallen. Het is de eenentwintigste keer dat de minister met succes onderhandeld heeft over de vergoeding van een geneesmiddel en de zesde keer voor een middel tegen hepatitis C; eerder werden al de middelen Sovaldi (sofosbuvir), Daklinza (daclatasvir), Viekirax (ombitasvir, paritaprevir, en ritonavir) / Exviera (dasabuvir), Harvoni (sofosbuvir en ledipasvir) en Zepatier (elbasvir en grazoprevir) vergoed na succesvolle onderhandelingen tussen de minister en de fabrikant.

Bron Rijksoverheid